terug
Voor zover bekend was de beroemde Griekse filosoof Plato (427-347 voor Christus) de eerste die over Atlantis schreef. In zijn dialogen 'Timaeos' en vooral 'Kritias' vertelt Plato uitgebreid over een eiland, "groter dan Noord-Afrika en Klein-Azië bij elkaar", waarvan de bevolking in overvloed en weelde leefde, zo'n 11.000 jaar geleden.

Plato beweerd dat Atlantis wel degelijk bestaan heeft. Volgens Plato was de oude hoofdstad van Atlantis een uitgebouwd systeem van cirkels, met om beurten een ommuurd eiland en kanaal. Met een totale doorsnede van 22,5 kilometer.

Omstreeks 9.500 voor Christus verdween het door een wereldwijde catastrofe naar de bodem van de zee en wiste daarmee haast ieder spoor van zijn bestaan uit: "De oude hoofdstad was rijk aan natuurlijke bronnen en er was voedsel in overvloed. Hoge bergen boden beschutting tegen de noordenwind en over de weiden zwierven dieren zoals olifanten en paarden, die dronken uit meren en rivieren. Er regeerden 10 koningen over dit paradijselijke eiland en de bewoners leefden er in volmaakte harmonie".
Volgens Plato was de oude hoofdstad van Atlantis een uitgebouwd systeem van cirkels, met om beurten een ommuurd eiland en kanaal. Met een totale doorsnede van 22,5 kilometer.
Een bijbelse zondvloed moet hebben plaatsgevonden. Die zondvloed kan samenhangen met een vulkanische ramp in die tijd. Dat was mogelijk de tweede keer dat het al versplinterde Atlantis definitief verdween.

De Sfinx en de piramiden zijn waarschijnlijk niet door de Egyptenaren gebouwd maar door de overlevenden van Atlantis.

Edgar Cayce, de "Slapende Profeet", voorspelde dat Atlantis in 1968 of 1969 ontdekt zou worden.